Een tekort aan speeksel is de oorzaak van een droge mond. De speekselklieren geven
bijvoorbeeld onvoldoende speeksel af. Ook kan het speeksel door verdamping uitdrogen
bij ademhaling door de mond. Onvoldoende afgifte van speeksel kan ontstaan door:

1. Het gebruik van medicijnen
Honderden medicijnen hebben als bijwerking dat de speekselklieren worden geremd in de
afgifte van speeksel. Dit zijn vooral medicijnen die gebruikt worden bij de behandeling
tegen hoge bloeddruk (antihypertensiva), of hartritmestoornissen, of medicijnen zoals
antidepressiva, slaap- en plasmiddelen. De medicijnen tasten de speekselklieren zelf
meestal niet aan, maar remmen alleen de speekselafgifte.
2. Ziekten
Een droge mond kan optreden bij uitdroging door koorts of diarree. Ook iemand die lijdt
aan een nog niet goed ingestelde suikerziekte kan klagen over dorst en monddroogheid.
In deze gevallen is de klacht tijdelijk. Zodra de ziekte is genezen of de suikerziekte is
geregeld, verdwijnt de droge mond. Blijvende monddroogheid komt voor bij mensen die
lijden aan bijvoorbeeld aids of het syndroom van Sjögren (chronische ontsteking van de
traan- en speekselklieren). Bij hen kunnen de klachten over monddroogheid wisselen,
maar geheel verdwijnen doen ze nooit. Bij het syndroom van Sjögren neemt de
monddroogheid met de jaren zelfs toe.
3. Bestraling
Wanneer een kwaadaardig gezwel in het hoofd of de hals radioactief wordt bestraald,
kunnen de speekselklieren door de straling onherstelbaar worden beschadigd. Dit
resulteert veelal in blijvende, ernstige monddroogheid.