De tandarts probeert te achterhalen waar uw klachten vandaan komen. Hij zal uw gebit,
uw kaakgewricht en uw kauwspieren daarom uitgebreid onderzoeken. Hij kijkt of uw
tanden en kiezen opvallend zijn afgesleten en of ze goed op elkaar passen. De tandarts let
op geluiden in uw kaakgewricht en onderzoekt of uw onderkaak goed functioneert. Zo test
hij bijvoorbeeld hoe ver u uw mond kunt openen. Ook zal uw tandarts van u willen weten
of u last heeft van lichamelijke klachten of andere spanningen.
Er zijn verschillende behandelmogelijkheden, afhankelijk van de oorzaak van uw klacht.
Zo is er een uitneembaar plaatje van plastic, ook wel spalk genoemd, dat u over uw
tanden en kiezen kunt schuiven. Deze spalk kunt u zowel ’s nachts als overdag dragen.
Hiermee vermindert u de gevolgen van het tandenknarsen en klemmen. Ook kan uw
tandarts u oefeningen laten doen. Hij kan u bijvoorbeeld leren op een andere manier te
kauwen. Soms kunnen klachten niet door de tandarts alleen worden verholpen. Dan kan
hij u voor een behandeling doorverwijzen naar bijvoorbeeld een centrum voor bijzondere
tandheelkunde, een kaakchirurg, een tandarts-gnatholoog (specialist op het gebied van
kaakgewrichten), een fysiotherapeut of een psycholoog.