1. Om beter te kunnen kauwen.
2. Verbetering van het uiterlijk.
3. Om te voorkomen dat na verlies van een element de andere tanden en kiezen
scheef gaan staan en/of gaan uitgroeien.

Als tanden en kiezen ontbreken, kunnen de tanden of kiezen van de andere kaak in de
richting van de open ruimte groeien. Ook kunnen de tanden of kiezen aan weerszijden van
de open ruimte naar elkaar toe groeien, waardoor ze scheef gaan staan.